Telefoongesprekken voeren in het Nederlands
Leer hoe je jezelf voorstelt, vragen stelt en gesprekken professioneel afsluit met nuttige frases.
Lees meerEssentiële woordenschat voor e-mails, telefoongesprekken en vergaderingen. Deze woorden kom je dagelijks tegen op kantoor.
Als je Nederlands in een zakelijke context gebruikt, kom je steeds dezelfde woorden tegen. Het zijn niet de moeilijke, ingewikkelde woorden die je studeert in standaard Nederlands-cursussen. Het zijn juist de alledaagse termen die in elk bedrijf, elke e-mail en elk gesprek terugkomen.
Deze 50 woorden vormen het hart van zakelijk Nederlands. Ze’re vaak wat anders dan informeel Nederlands — formeler, directer en meer gericht op resultaten. Wanneer je deze woorden kent en kunt gebruiken, voelt je communicatie op kantoor natuurlijker en professioneler.
Deze woorden gebruik je constant als je met collega’s communiceert. Ze gaan over het uitwisselen van informatie, het stellen van vragen en het regelen van zaken samen.
Afspreken — een afspraak maken. “We spreken af voor dinsdag om 14:00 uur.”
Afstemmen — ervoor zorgen dat je dezelfde informatie hebt. “We moeten onze plannen afstemmen.”
Bijdragen — iets toevoegen of helpen. “Ik kan hierbij bijdragen.”
Uitwerken — meer detail geven. “Kun je dit voorstel verder uitwerken?”
Controleren — checken of alles klopt. “Ik controleer de getallen.”
In het zakenleven draait alles om timing. Deze woorden helpen je om over deadlines, voortgang en planningen te spreken. Ze’re cruciaal voor projectmanagement en deadline-gericht werken.
Uitstel — vertraging. “We hebben drie weken uitstel.”
Deadline — uiterste datum. “De deadline is volgende maandag.”
Voortgang — hoe ver je bent. “Wat’s de voortgang van het project?”
Vervroegen — eerder afmaken. “We vervroegen het schema.”
Capaciteit — hoeveel je aankan. “We hebben geen capaciteit voor meer projecten.”
Vergaderingen zijn waar je deze woorden het meest hoort. Of je nou in een team-standup zit of een grote presentatie geeft, deze termen komen constant voorbij.
Agenda — onderwerpen voor bespreken. “Wat staat op de agenda?”
Notulen — schriftelijke samenvatting. “Wie maakt de notulen?”
Actiepoint — taak die iemand moet doen. “Dit is een actiepoint voor jou.”
Agenda zetten — bepalen wat besproken wordt. “Jij zet de agenda.”
Terugkoppelen — informatie doorgeven. “Ik koppel het terug naar het team.”
E-mails zijn formeel. Ze vereisen andere woorden dan mondelinge gesprekken. Deze termen helpen je om professionele, duidelijke e-mails te schrijven die indruk maken.
Toevoegen — bijlage toevoegen. “Ik voeg de file toe.”
Doorsturen — e-mail naar iemand anders sturen. “Ik stuur dit door.”
Cc/Bcc — kopie versturen. “Ik cc de manager.”
Bevestiging — akkoord geven. “Ik stuur je een bevestiging.”
Volgen — eraan herinneren. “Ik volg dit volgende week op.”
“De eerste stap naar beter zakelijk Nederlands is eenvoudig: focus op woorden die je dagelijks hoort. Je hoeft niet alles te kennen — je hoeft alleen maar te begrijpen wat je collega’s zeggen en eenvoudig terug te kunnen communiceren.”
— Taaltrainer, Nederlands voor zakenluide
Het kennen van woorden is één ding, ze gebruiken is iets anders. Hier zijn concrete manieren om deze woordenschat in je dagelijkse werkzaamheden in te passen.
Schrijf woorden op die je niet begrijpt. Vraag later om uitleg. Dit werkt beter dan thuis woorden memoriseren.
Wanneer je een goeie zin hoort, schrijf die op. Gebruik dezelfde structuur in je eigen e-mails en gesprekken. Dit voelt natuurlijker dan nieuwe zinnen verzinnen.
E-mails zijn minder spontaan dan gesprekken. Begin hier met het gebruiken van formeler Nederlands. Je hebt tijd om na te denken.
“Klinkt dit goed?” — deze vraag stellen is perfecte praktijk. Je collega’s zullen je helpen om natuurlijker te klinken.
Deze 50 woorden zijn niet willekeurig gekozen — het zijn woorden die je werkelijk elke dag hoort in Nederlandse kantoren. Ze’re de basis van zakelijk Nederlands communicatie.
Het goede nieuws? Je hoeft ze niet allemaal meteen te kennen. Begin met 10 woorden. Zorg dat je die echt snapt en kan gebruiken. Voeg elke week 5 nieuwe woorden toe. Over vier weken ken je ze allemaal.
Zakelijk Nederlands is leerbaar. Het’s niet zo mysterieus als het soms lijkt. Met deze woorden in je arsenaal ben je veel beter voorbereidt voor kantoor-communicatie.
Ontdek onze gidsen voor telefoongesprekken, professionele e-mails en vergaderingen.
Terug naar Nederlands ZakelijkDeze gids biedt educatief materiaal over Nederlands in zakelijke context. Het is bedoeld als aanvulling op formeel Nederlands onderwijs en professionele taaltraining. Werkgevers kunnen verschillende verwachtingen hebben qua formeel taalgebruik. Voor specifieke bedrijfsrichtlijnen en communicatiestandaarden is het beter om direct contact op te nemen met je manager of HR-afdeling. Elke organisatie heeft zijn eigen communicatiestijl en voorkeur.